vtt
 
toets schrijven A1 deel 3  2e deel
Vul het goede woord in.

 


U praat met een vriend.  U praat over uw werk.
Kijk naar het plaatje. Vul dan het goede woord in.

 

1. Het werk begint om .

 

2. Ik ga iedere dag met de naar mijn werk.

 

3. Ik werk op een kantoor.

Ik werk op de derde .

 

4. Iedere dag ga ik naar boven met de .

 


Lees de zinnen.  Vul een goed woord in.
5. man: kom jij vandaan ?
vrouw: Uit Marokko.

6. man: is jouw telefoonnummer ?
vrouw: 020 - 1234567

7. man: ga jij morgen naar toe ?
vrouw: Naar het strand.

8. man: is het nu ?
vrouw: Het is 10.00 uur.

Maak de zin af.
9. Hij gaat niet naar binnen, maar naar .

10. Het is geen ochtend, maar .