Lees de zinnen. Vul een goed woord in.5. man: kom jij vandaan ? vrouw: Uit Marokko.6. man: is jouw telefoonnummer ? vrouw: 020 - 12345677. man: ga jij morgen naar toe ? vrouw: Naar het strand.8. man: is het nu ? vrouw: Het is 10.00 uur. Maak de zin af. 9. Hij gaat niet naar binnen, maar naar .10. Het is geen ochtend, maar .