Vul een goed woord in.Ben je klaar?Druk dan op de knop "controleren".
2. Wat kan vliegen ? een
3. Wat kan varen ? een
4. Maak de brief af.
Zij is .Wat doet een tandarts.Zij [?] de [?].
7. U koopt speelgoed. U betaalt 24.60 euro. Schrijf dit bedrag in letters. [?] euro en 60 cent