
De telefoon gaat. Je neemt op.
Wat zeg je dan ?
Je belt (het nummer van) een vriend.
Maar je hoort: "Hallo, met Joop Verstraete."
Je denkt: "Hé ?? Mijn vriend heet Mehmet !"
Wat zeg je dan ?
De telefoon gaat. Je neemt op en je zegt je naam.
De man aan de andere kant probeert je een abonnement te verkopen van een boeken- en cd-club.
Jij wilt dat abonnement helemaal niet.
Wat zeg je dan ?
Je hebt morgen een afspraak met je vriend Omar.
Maar je bent ziek.
Je belt hem (=Omar) op. Maar je krijgt zijn vrouw aan de telefoon.
Wat zeg je dan ?
De vrouw van je vriend Omar zegt: "Sorry, hij (=Omar) is niet thuis.
Wat zeg je dan ?
Je belt naar school, want je wilt zeggen dat je ziek bent.
Je krijgt het antwoordapparaat.
Wat zeg je dan ?
![]() het antwoordapparaat |
Je wordt opgebeld. De man aan de andere kant praat erg zacht.
Je kunt hem niet goed horen.
Wat zeg je tegen haar ?