
Iemand niest.
Wat zeg je dan ?
Iemand is ziek.
Wat zeg je dan ?
Iemand moet naar het ziekenhuis voor een operatie.
Wat zeg je dan ?
Iemand is dood. Je gaat naar de begrafenis.
Je ziet de familie
Wat zeg je dan ?
Je wilt een afspraak maken met de dokter.
De assistente vraagt: "Kunt u woensdag om half een ?"
Maar je vindt woensdag te laat ?
Wat zeg je ?
Iemand van je familie heeft een hartaanval.
Je belt 112.
Wat zeg je ?
Je bent heel erg ziek.
Je kan niet naar het spreekuur komen.
Je wilt dat de dokter bij jou thuis komt.
Je belt de assitente.
Wat zeg je tegen haar ?