Je kind vraagt heel vaak: "Mag ik een snoepje ?"
Wat zeg je dan ?
Een andere cursist is jarig.
Wat zeg je dan ?
Je buurvrouw gaat morgen rijexamen doen.
Wat zeg je dan ?
Je zit in een restaurant.
Je moet
€ 18 betalen.
Je geeft € 20 .
Je wil € 2 fooi ( + extra geld) geven aan de ober.
Wat zeg je dan ?
Je loopt op straat.
Je wilt weten hoe laat het is.
Je ziet een man.
Wat zeg je dan ?
Je luistert naar de docent.
Hij praat snel.
Wat zeg je dan ?
Je bent in het postkantoor.
Je wilt 5 postzegels kopen.
Je bent aan de beurt.
Wat zeg je dan ?
