| Lees eerst de opdracht. Lees ook
het voorbeeld. Maak dan de opdrachten. Druk de opdracht af en maak hem. |
![]() |
|
| voorbeeld opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 | druk opdracht af |
|
| Sorry voor de overlast |
||
| opdracht Je geeft morgenavond een feest. Er komen veel mensen. De buren zullen dus wat last van lawaai hebben. Je belt aan bij de buren. Je wilt de buren vertellen over het feest. Ook wil je ze vragen te komen. Maar de buren zijn niet thuis. Daarom schrijf je een briefje voor je buren. Gebruik de volgende woorden: - morgenavond - feest - druk - veel mensen - lawaai - begint - duurt - nodig ... uit Schrijf hele zinnen. |
![]() ![]() |
|