| Lees eerst de opdracht. Lees ook
het voorbeeld. Maak dan de opdrachten. Druk de opdracht af en maak hem. |
![]() |
|
| voorbeeld
opdracht 1 opdracht
2
opdracht 3 opdracht 4 |
druk opdracht af |
|
| Wandelen in het park |
||
| opdracht Je schrijft een briefje naar je beste vriend. Je stelt voor om te wandelen en vraagt hem of hij zin heeft. Gebruik de volgende woorden: - mooi weer - morgen - wandelen - leuk Schrijf hele zinnen |
![]() |
|