Zoek bij elkaar.
plaatsnaam
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
datum
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
aanhef
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
afsluiting
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
De naam schrijven.
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
Het probleem uitleggen.
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
Informatie over de klas geven.
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
Wat je wil vertellen.
???
18 april 2006
Hij is ziek en hij kan niet naar school.
met vriendelijke groeten,
Mijn zoon heet Frans.
Landsmeer:
Hij zit in groep 7 bij meester Martin.
Geachte meneer,
Morgen is mijn zoon weer beter.
controleer
oké