| Lees eerst de opdracht. Lees ook
het voorbeeld. Maak dan de opdrachten. Druk de opdracht af en maak hem. |
![]() |
|
| voorbeeld opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 | druk opdracht af |
|
| Je
kind ziek melden voor school |
||
| opdracht Je zoon moet naar school, maar hij is ziek. Hij kan vandaag dus niet naar school. Je geeft een briefje mee aan je dochter. Zij geeft het briefje aan de meester. - schrijf de naam van je zoon - schrijf dat hij ziek is - schrijf in welke klas hij zit - schrijf wanneer hij weer beter is |
![]()
|
|