vtt
 
toets schrijven A1 deel 4  2e deel
Vul het goede woord in.

 

Vul een goed woord in.
Ben je klaar?
Druk dan op de knop "controleren".

Uw moeder heeft het eten gekookt.
Bekijk de plaatjes.
 
Nu moet u nog ...............


1. uw handen .


2. en gaan .

(1) 

 

(2) 


 

Karla zoekt een huis om te huren.
Haar vriend Mik weet een huis.
Zij heeft nog wel een paar vragen voor Mik.

 

 

 

3. Vraag naar de prijs.

 

4. Vraag naar aantal kamers.

 

Hallo Mik,

Fijn dat je een huis voor mij hebt gevonden.
Kun je mij meer informatie geven ?


de van het huis ?

 

het ?

Ik zie je volgende week.


Karla



 

Hieronder staan plaatjes.
Schrijf op wat elk plaatje betekent.

5. Hier kun je .

6. Hier kun je informatie .

7. Daar is de .
 
(5) 

 

(6)

 

(7)  



Gon moet naar het ziekenhuis.  Zij wordt geopereerd.
Piet schrijft haar een brief.  Maak de brief af.
 

 

 

 

8. 

9.

 

 

10.

11.

 

Lieve Gon,

Ik heb gehoord dat je naar het ziekenhuis moet.

Ben je erg voor de operatie ?
Het gaat vast wel goed.
Straks ben je dat de operatie gelukt is.
Ik wens je veel toe.
En ik kom na de operatie je snel .

Piet