klaar

Vul in: niet  -  geen.

Ben je klaar ?
Druk dan op de knop "controleren".

1. Ik wil naar huis.

2. Morgen heeft hij zin om te komen.

3. Zij kan de sleutel vinden.

4. De kinderen komen morgen naar school.

5. Ik heb geld om op vakantie te gaan.

6. Morgen heb ik school.

7. Vandaag kan ik jou bellen.

8. Ik wil afspraak maken.

9. Ik ben de afspraak vergeten.

10. Volgende week hebben wij werk.

11. Ik wil ruzie met jou.

12. Ik praat meer met je.