Lees eerst naar de tekst.   Maak dan de opdrachten.
Druk ook de tekst af.
vtt




opdracht 1       opdracht 2        opdracht 3        opdracht 4        opdracht 5

druk de tekst af
                        druk de vragen af
Luisteren




Vakantie vroeger en nu  (naar: start!-krant juli 2007)





Kamperen, een huisje huren, een hotel of met het vliegtuig naar de zon.
Tegenwoordig gaat bijna iedereen op vakantie.
Maar dat is niet altijd zo geweest.
Vroeger hadden mensen helemaal geen vakantie.

Rijk
Vroeger hadden de meeste arbeiders geen vrije tijd.
Dat was iets voor rijke mensen.
Die gingen  bijvoorbeeld naar het strand in Scheveningen.
Of ze maakten uitstapjes naar Rome en Parijs.
Ook kamperen was iets voor rijke mensen.
Arbeiders hadden geen geld om op vakantie te gaan.
En ze hadden geen tijd.

7 Dagen
Arbeiders werkten vroeger 7 dagen per week.
Werkweken van 60 uur waren heel gewoon.
Bijna niemand die werkte had recht op vrije dagen.

Nieuwe wet
Maar in 1919 kreeg iedereen recht op vrije tijd.
In dat jaar werd er een nieuwe wet aangenomen door het parlement.
In die wet stond dat arbeiders niet meer dan 8 uur per dag mochten werken.
In die wet stond ook dat ze op zaterdagmiddag en op zondag vrij hadden.

Zondag
Voor veel mensen was het belangrijk dat op zondag niet gewerkt hoefde te worden.
Veel mensen waren Christen.
En op een vrije zondag kon iedereen gemakkelijk naar de kerk.

Staken
Iedereen had na 1919 recht op een vrij weekend.
En arbeiders konden een dagje uit.
Bijvoorbeeld naar het strand.
Maar arbeiders hadden nog geen recht op vakantiedagen.
Dat duurde nog vele jaren.
In 1928 staakten de loodgieters 19 weken.
Toen kregen zij 4 vakantiedagen per jaar.
Daarna kregen de bouwvakkers recht op 3 vakantiedagen.

Populair
Later kregen steeds meer mensen vakantiedagen.
Veel mensen gingen in hun vrije tijd wandelen in een park in de stad.
Of ze gingen naar de dierentuin.
In de jaren 50 werd kamperen in Nederland erg populair.
Vakantie was niet meer alleen voor de rijken.
Het was iets voor iedereen.
Ook voor werknemers.
In 1966 kwam in een wet te staan dat iedereen recht heeft op vakantie.



werken

en geen vrije tijd




vroeger op het strand



met het vliegtuig




woordenlijst:
tegenwoordig = nu
de arbeider = de werknemer / iemand die werkt
rijk = de lucht om te ademen
de ster = veel geld hebben
de planeet = draait om de zon
Scheveningen =  een stad bij het strand (Den Haag)
uitstapje = een korte vakantie / even weggaan
het recht = krijgen
de wet = regels / afspraken
Christen = geloven in God en naar de kerk gaan
het strand =  strand
de kerk =
kerk
de vakantiedagen = de vrije dagen
wandelen = lopen
staken = stoppen met werken   staken
kamperen =
tent
de rijken =  mensen met veel geld
bouwvakkers = mensen die huizen maken 
de loodgieter =
loodgieter
het parlement = de tweede kamer