| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2
opdracht 3
opdracht 4
opdracht
5 druk de tekst af druk de vragen af |
|
|
| Een lucht vol balonnen (naar: start!-krant maart 2006) |
||
| Je ziet steeds vaker luchtballonnen in de lucht. De ballonnen zijn heel groot. En ze hebben vaak felle kleuren. Onder de ballon hangt een rieten mand met mensen erin. Deze mensen vliegen over weilanden, dorpen en steden. Ventilator Voordat de ballon in de lucht gaat, moet er veel gebeuren. De luchtballon wordt eerst helemaal uitgevouwen. En de piloot controleert of er bijvoorbeeld geen gaten in de ballon zitten. Daarna is het tijd om de ballon op te blazen. Dat gebeurt met een grote ventilator. Het opblazen duurt ongeveer 10 minuten. Warmte Als er genoeg lucht in de ballon zit, gaat de brander aan. Uit de brander komt vuur. Door de warmte van het vuur gaat de ballon omhoog. Een luchtballon wordt daarom ook wel een heteluchtballon genoemd. Instappen Voordat de ballon omhoog gaat, moeten de passagiers nog instappen. Daarom wordt de rieten mand vastgehouden totdat de piloot een seintje geeft. Daarna gaat de ballon de lucht in. De vaart kan beginnen. Stuur Er zit geen stuur in een luchtballon. De wind bepaalt de richting. De piloot kan wel hoger of lager vliegen. Daar waait de wind een andere kant op. Meestal landt de ballon op een andere plek dan waar hij is opgestegen. Daarom volgt een auto de ballon. Zo komen de passagiers weer terug. Dieren De luchtballon bestaat langer dan het vliegtuig. In 1783 maakten de broers Joseph en Jacques Montgolfiėr de eerste heteluchtballon. De broers kwamen uit Frankrijk. Op 19 september 1783 lieten zij dieren in hun ballon opstijgen. Een schaap, een haan en een eend vlogen 8 minuten in de luchtballon. Ze kwamen tot een hoogte van 500 meter. Winter Nu is varen natuurlijk voor mensen bedoeld. Ballonvaren kan het hele jaar door. Ook in de winter. Er mag alleen niet te veel wind waaien. |
|
|
|
woordenlijst: felle kleuren: kleuren die je goed ziet weilanden = gras steden = meervoud van stad uitvouwen = openmaken controleren = kijken of de ballon goed is gaten = kapot - lek opblazen = lucht in de ballon pompen een seintje geven = iets zeggen de vaart = de reis het stuur = een auto heeft een stuur bepalen = zeggen of beslissen de richting = naar links of naar rechts volgen = meerijden opstijgen = omhoog gaan landen = op de grond komen |