| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2
opdracht 3
opdracht 4
opdracht
5 druk de tekst af druk de vragen af |
|
|
| De tweede kamerverkiezingen (naar: start!-krant oktober 2006) |
||
| Op 22 november kiest Nederland nieuwe leden voor
de Tweede Kamer. Leden zijn de mannen of vrouwen in de Tweede kamer. De Tweede Kamer helpt de regering met het maken van wetten. De Tweede Kamer controleert ook (het werk van) de ministers. Een zetel is een plaats in de Tweede Kamer. De Tweede Kamer bestaat uit 150 zetels. Dat betekent dat in de Tweede Kamer 150 mensen zitten. Deze 150 mensen horen bij een politieke partij. Bij de verkiezingen stem je op een politieke partij. Soms krijgt een politieke partij veel stemmen. Dan krijgt deze partij veel zetels in de Tweede Kamer. Deze politieke partij is dan groot. Krijgt een politieke partij weinig stemmen, dan is deze partij klein (in de Tweede Kamer). Ook komt er een nieuwe regering. De grote partijen met de meeste zetels hebben de grootste kans om in de regering te komen. In de regering nu (2006) zitten 2 politieke partijen: het CDA en de VVD. De politieke partijen in Nederland zijn: - PvdA - CDA - VVD - SP - Groen Links - CHU - GPV - en enkele andere partijen. Iedere politieke partij heeft andere plannen. |
stemmen
de Tweede Kamer ![]() ![]() politieke partijen
|
|
|
woordenlijst: stemmen = een politieke partij kiezen de Tweede Kamer = 150 manen en vrouwen die de regering controleren de wet = de regel (van de regering) politieke partij = groep mensen met plannen VVD & PVDA = politieke partijen lid (leden) = een man of vrouw van een politieke partij de zetel = een plaats in de Tweede Kamer |