Lees eerst naar de tekst.   Maak dan de opdrachten.
Druk ook de tekst af.
vtt




opdracht 1       opdracht 2        opdracht 3        opdracht 4       

druk de tekst af
                        druk de vragen af
Luisteren




In de bergen  (naar: start!-krant mei 2006)





In de zomer gaan veel mensen op vakantie.
Sommigen gaan naar een camping in Nederland.
Anderen vliegen naar Spanje.
En sommige mensen gaan wandelen in de bergen.

Hoogste berg
Er zijn een heleboel bergen in de wereld. Lage en hoge bergen.
De meeste hoge bergen vind je in het werelddeel Azië.
De hoogste berg van de wereld staat in het land Nepal.
Deze berg heet de Mount Everest.
Deze berg is bijna 9000 meter hoog.

Planten
Op een berg groeien vaak heel veel planten en bomen. En ook bloemen.
Verder leven er dieren op de bergen.
Maar hoe hoger je komt op een berg, hoe minder planten en dieren er leven.
Het is er dan te koud voor planten en dieren.
Op de toppen van de bergen zie je daarom vaak alleen maar rotsen.

Sneeuw
In de winter zijn bergen vaak besneeuwd. In Oostenrijk bijvoorbeeld.
Maar op veel hoge bergen ligt niet alleen in de winter sneeuw.
Ook in de zomer zie je daar sneeuw.
Het is daar zo koud dat er altijd sneeuw ligt.

Klimmen
Op een aantal bergen kan je goed wandelen en fietsen.
Maar op sommige bergen is het te moeilijk om te lopen of te fietsen.
Deze bergen zijn te steil of er zijn teveel rotsen.
Deze bergen kun je wel beklimmen.
Mensen die bergen beklimmen gebruiken speciale touwen.
En ze hebben speciale schoenen.

Hoog
Bij het klimmen kan je last krijgen van de hoogte.
Dat kan gebeuren als je boven de 2000 meter bent.
Als je te snel klimt, kun je misselijk worden.
Of je krijgt hoofdpijn.

Nederland
In ons land zijn geen hoge bergen.
Er zijn wel lage bergen en heuvels.
De hoogste berg in Nederland is de Vaalserberg.
Deze berg is 320 meter hoog.



klimmen

bergen

rotsen

de berg is steil


de top van de berg



woordenlijst:
de wereld: de aarde
heleboel: veel
planten: bomen, bloemen en planten
rotsen:  rotsstenen op een berg
steil:   hoog
de heuvel: een kleine berg
klimmen: naar boven gaan
bloemen:
bloem
het touw: touw om te klimmen