| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2
opdracht 3
opdracht
4 druk de tekst af druk de vragen af |
||
| Minder Nederlanders ouder dan 100 jaar |
||
| Steeds meer Nederlanders zien slecht. Zij hebben moeite met kijken. Het is vervelend als je slecht ziet. Je kunt daar hoofdpijn van krijgen. Slecht zien kan ook gevaarlijk zijn. In het verkeer als je een auto niet ziet komen. Als je slecht ziet, kan je naar een opticien gaan. Een opticien is een soort oogarts. Hij onderzoekt je ogen. Hij vertelt wat er met je ogen aan de hand is. Een opticien helpt bij het kiezen van een bril. Bijziend Sommige mensen zien dingen slecht die ver weg zijn. Zij hebben moeite met televisie kijken. Of zij hebben moeite met autorijden. Deze mensen zijn bijziend. Verziend Andere mensen zijn verziend. Zij zien dingen die dichtbij zijn slecht. Deze mensen hebben moeite met het lezen van een boek. Vooral oude mensen zijn vaak verziend. Mensen die blind zijn, hebben niets aan een bril. Hun ogen werken niet meer. Blinde mensen hebben een stok. Ze hebben een stok om te voelen waar ze lopen. |
slecht zien |
|
| |
woordenlijst: moeite hebben = het is moeilijk het verkeer = auto's, bussen, fietsen op straat de opticien = een soort oogarts onderzoekt = controleert kiezen = iets kopen de bril = Ik kijk met een bril. bijziend = dingen goed zien die dichtbij zijn verziend = dingen goed zien die ver weg zijn voelen = Ik voel met mijn handen. de stok = ![]() |