| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 druk de tekst af | ||
| Minder werken van 9 uur tot 5 uur | ||
| Minder Nederlanders werken van 9 uur 's ochtends tot 5 uur 's middags. Nu werken meer mensen 's avonds. Of mensen beginnen pas om 11 uur 's ochtends. Steeds meer mensen werken thuis. Thuis werken is makkelijk. Je hoeft niet in de auto naar je werk te rijden. Veel mensen hebben een computer. Met een computer kan je thuis werken. |
|
|
| woordenlijst: minder = niet veel 's ochtends = in de ochtend 's middags = in de middag 's nachts = in de nacht pas = laat - niet vroeg beginnen = starten hoeft .. niet = je moet niet makkelijk = niet moeilijk |