| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2
opdracht 3
opdracht
4 druk de tekst af |
||
| Minder vrije tijd (naar: start!-krant mei 20006) | ||
| Werken We hebben minder vrije tijd en we werken meer. Ook vrouwen zijn meer gaan werken. We hebben het nu drukker. En we hebben minder tijd voor het gezin. Soms is dat lastig. Want het werk thuis moet wel gedaan worden. Schoonmaken, boodschappen doen, eten koken en spelen met de kinderen. Onderweg Ook zijn we lang onderweg naar ons werk. Veel mensen reizen (= rijden) met de auto. En het is altijd druk op de weg. En we staan soms lang in de file. Vrienden en familie Omdat we minder vrije tijd hebben, zien we onze familie en vrienden ook minder. Nu zien we onze vrienden nog maar 9 uur per week. Vroeger was dat 13 uur per week. De computer Soms hebben Nederlanders nog wel tijd. Zoals voor het avondeten om 6 uur 's avonds. En voor de computer. We zitten nu langer achter de computer. Dat komt vooral door internet. We zitten per week 2 uur langer achter de computer dan 5 jaar geleden. |
in de file
|
|
| woordenlijst: de vrije tijd: tijd voor jezelf het gezin: vader, moeder en de kinderen druk: meer moeten werken het huishouden: het werk in huis lastig: moeilijk de weg: de straat geleden: vroeger onderweg: reizen met de auto reizen: rijden |