| Lees
eerst naar de tekst. Maak dan de opdrachten. Druk ook de tekst af. |
![]() |
|
| opdracht 1 opdracht 2
opdracht 3
opdracht 4 druk de tekst af druk de vragen af |
||
| Pesten op het werk (naar: start!-krant september 2006) | ||
| Het is moeilijk
te geloven. Niet alleen kinderen pesten. Maar ook volwassenen pesten elkaar. Ze pesten elkaar op het werk. Plagen Het is niet erg als collega’s elkaar een beetje plagen. Bij plagen zeggen collega’s iets tegen elkaar. Ze maken een grapje. Ze kunnen er samen om lachen. Maar echt pesten is niet leuk. Pesten Pesten is anders dan een grapje maken. Het is gemeen. Het is niet leuk. Pesten kan iemand echt pijn doen. Meestal begint 1 persoon met het pesten van een collega. Andere collega’s gaan meedoen. Pesten komt vaak voor op het werk. Iemand scheldt een collega uit. Of niemand wil praten met een collega. Bij pesten is er altijd een pester en een slachtoffer. De pester is de collega die pest. Het slachtoffer wordt gepest. Eenzaam Soms wil niemand met je praten. Vaak voelen slachtoffers van pesten zich eenzaam op het werk. Collega’s praten niet meer met hem of haar. Maar ze roddelen wel. Waarom? Waarom zijn er mensen die een ander pesten ? Dat is moeilijk te begrijpen. Sommige mensen pesten. Ze denken dat ze stoer zijn. |
je eenzaam voelen |
|
| |
woordenlijst: pesten = gemeen doen naar een ander de volwassene = een man of een vrouw boven 18 jaar plagen= grapjes maken en een beetje pesten gemeen = slecht en niet leuk uitschelden = gemene/slechte dingen zeggen slachtoffer = een slachtoffer bij een ongeluk zijn eenzaam = alleen roddelen = over iemand praten begrijpen = weten |