vtt

 

 

Weet je niet welk woord je nodig hebt ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

4: Vul het goede vraagwoord in.

(wie-wat-waar-wanneer-welke-hoeveel-hoe laat )

1:
Je bent in een bus. Je gaat naar het ziekenhuis.
moet ik uitstappen ?


2:
Je kunt naar school.
Je wil de tijd weten waarop de school begint.
begint de school ?


3:
Je vriend heeft een afspraak met de dokter.
Je wil de datum weten.
ga je naar de dokter ?


4:
Je vriendin heeft een nieuwe broek gekocht.
Je wil de kleur weten.
is de kleur van je nieuwe broek ?
of
kleur heeft je broek ?


5:
Je vriend heeft een auto. Je wilt deze auto zien.
Je wil weten waar deze auto staat.
staat je nieuwe auto ?


6:
Je loopt op straat met een vriend. Je ziet een vrouw lopen.
Je vriend begroet haar. Jij kent deze vrouw niet.
vraag je aan je vriend ?
is die vrouw ?