vtt

 

Weet je niet welk woord je nodig hebt ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

3: Vul het goede vraagwoord in.

(wie-wat- waar-wanneer-welke-hoeveel-hoe laat)

1:
Je docent gaat trouwen. Je wil de datum weten.
gaat u trouwen ?


2:
Je koopt een kilo appels. Je wil de prijs weten.
kosten deze appels ?


3:
Je koopt een auto. Je wil de kleur weten.
is de kleur van de auto ?


4:
Je maakt een afspraak met de tandarts. Je wil de tijd weten.
heb ik een afspraak ?


5:
Je moet naar school. Je wil de dagen weten.
Op dagen moet ik naar school ?


6
Je wil de naam van de docent weten.
heet u ?
of
is uw naam ?


7:
Je vriend gaat met de auto naar Parijs. Je wil het aantal kilometers weten.
kilometer moet je naar Parijs rijden ?
of
ver is het naar Parijs ?


8:
Je vriend heeft een nieuw telefoonnummer. Je wil dat nummer weten.
is je nieuwe telefoonnummer ?