vtt

 

Weet je niet hoe je het woord schrijven moet ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

voorzetseloefening 4

(vul het goede woord in)

Het is 18 december en het is koud.
Ik kijk buiten.
Ik zie sneeuw liggen.
De sneeuw ligt overal.
de tuinen en de daken van de huizen.
Ik trek mijn jas en zet mijn muts op .
Dan loop ik buiten.
Buiten is het rustig.
Ik zie een vogel een boom.
Er rijden een paar auto’s langzaam straat.
De meeste mensen zitten binnen de kachel.
Het is 18 december.
Het is een week kerstmis.
Het is 2 weken Sinterklaas.
Kinderen spelen de cadeautjes,
die zij Sinterklaas hebben gekregen.
de meeste kamers staat een kerstboom.
Deze bomen zijn versierd ballen en slingers.
Ik krijg het plotseling erg koud.
Ik draai me om en ik loop snel terug mijn huis.
Binnen ga ik zitten een lekkere stoel.
Om warm te worden, drink ik een beker warme chocolademelk leeg.

Ik kijk naar buiten.

Ik zie sneeuw liggen.

 

 

 

bomen zijn versierd met

ballen en slingers