vtt

 

Weet je niet hoe je het woord schrijven moet ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

voorzetseloefening 3

(vul het goede woord in)

Het is december.
Sinterklaas komt Nederland.
Hij komt ieder jaar Spanje.
Hij komt de boot.
Als hij in Nederland is, stapt hij zijn witte paard.
Kinderen zijn blij als hij komt.
Sinterklaas geeft cadeaus ieder kind.
Sinterklaas krijgt de kinderen een wortel voor zijn paard.
Sinterklaas doet het werk niet alleen.
Hij werkt samen Zwarte Piet.
Zwarte Piet loopt de daken van de huizen.
’s Avonds zetten kinderen hun schoen de deur.
’s Nachts komt Sinterklaas.
Hij doet een klein cadeautje de schoenen.
Sinterklaas viert zijn verjaardag de maand december.
Hij bezoekt dan alle huizen Nederland.
Kinderen zingen liedjes hem.
Het is spannend.
Zwarte Piet klopt de deuren.
De kinderen schrikken.
Als de kinderen de deur opendoen, is Sinterklaas weg.
Een grote zak cadeautjes staat dan de deur.
De kinderen zijn blij de cadeautjes.

Sinterklaas komt ieder

jaar met de boot uit Spanje.

 

 

 

 

De Sint met Zwarte Piet.