vtt

 

Weet je niet welk woord je moet invullen ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

voorzetseloefening 1

(vul het goede woord in)

Ik ben ziek.
Ik maak een afspraak de dokter.
Ik bel hem op.
’s Middag loop ik buiten.
Ik stap de auto.
Een half uur later zit ik de wachtkamer.
Het is druk.
Later praat ik de dokter.
Hij luistert mij.
Ik vertel hem de pijn in mijn buik.
Hij schrijft een recept.
En geeft dat recept  mij.
Even later loop ik weer buiten.
mijn auto rijd ik de apotheek.
Ik geef het recept de apotheek.
Hij doet de medicijnen een flesje.
Thuis haal ik de medicijnen het flesje.
Ik neem ze .
Ik neem ze in water.
Het medicijn werkt goed buikpijn.

 

Thuis neem ik

medicijnen in.