
...... jij elke dag die pil in?
|
LET
OP ! Jij neemt geld mee. maar bij een vraag: Neem jij geld mee ?
|
Waarom ...... jullie zo lang?
Ik ...... vandaag een beetje hoofdpijn.
Wij ...... onze boodschappen altijd in de supermarkt.
...... jij veel geld met je werk?
|
LET
OP ! Jij verdient 1000 euro. maar bij een vraag: Verdien jij 1000 euro ?
|
Ik ...... vandaag vroeg op, want ik moet naar de tandarts.
Hij ...... altijd kwaad als hij mij ziet.
De jongen en het meisje ...... allebei aan een ijsje.
|
likken
|
Waarom ...... je zo? Ik ben niet doof hoor!
|
schreeuwen
|
Het kind ...... om een snoepje.
|
zeuren = vervelend vragen
|
Mijn broer ...... morgen een nieuwe t.v.
Vandaag ...... ik alleen 's morgens.
's Middags moet ik naar de dokter.