
Mijn vader ___________ in een auto naar zijn werk.
Ik ___________ altijd tussen 10 en 11 uur.
De vader en de moeder ___________ hun kind naar school.
Ik ___________ iedere dag boodschappen op de markt.
Jij ___________ koffie met suiker.
Wat ___________ hij morgen ?
Ik en mijn vrouw ___________ iedere dag 1 uurtje buiten.
Zij ___________ bloemen op haar verjaardag.
Wat ___________ je morgen ?
Ik ___________ bloemen omdat zij jarig is.