om ... te 2:
Zoek de zinsdelen bij elkaar.
Ik gebruik tandpasta om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik heb lijm nodig om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik gebruik een portemonnee om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik heb een lepel nodig om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik heb meel nodig om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik gebruik een kachel om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik gebruik een handdoek om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
Ik gebruik een trap om ...
???
soep te eten.
brood te bakken.
mijn handen af te drogen.
geld te bewaren.
mijn tanden te poetsen.
naar boven te klimmen.
iets vast te maken.
de kamer te verwarmen.
lijm om te lijmen
controleer
ok
é