omdat
2:
Zoek de zinsdelen bij elkaar.
Ik kom morgen niet omdat ...
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
Hij geeft een feest omdat ....
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
Ik wens haar succes omdat ...
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
Ik ben boos op mezelf omdat ...
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
Ik koop geen auto omdat ...
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
Wij gaan in juli niet naar school omdat ..
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
In december is het koud omdat ...
???
hij 50 jaar wordt.
ik geen tijd heb.
het dan vakantie is.
ik het examen niet goed heb gemaakt.
zij morgen een examen heeft.
de zon laag staat.
ik niet genoeg geld heb.
controleer
ok
é