omdat
1:
Zoek de zinsdelen bij elkaar.
Ik ben moe omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Ik bel hem omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Ik ga vroeg naar bed omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Het is hier koud omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Mijn zoon gaat niet naar school omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Zij mag alleen naar het zwembad omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
Ik heb een pen nodig omdat ...
???
ik moe ben.
hij ziek is.
ik een brief moet schrijven.
zij goed kan zwemmen.
ik laat naar bed ga.
de kachel kapot is.
ik hem iets moet vragen.
controleer
ok
é