Zeg je waarom iets is ?
Je noemt dan de reden.
Maak dan een zin met "omdat".
- Eerst komt het onderwerp (ik-jij-hij-zij-het-er).
_ Daarna komen de andere woorden (rest ).
- Het werkwoord sluit de zin.
voorbeeld:
Ik ga naar buiten omdat het mooi weer is.
Ik ben boos omdat jj niet op tijd komt.
Hij maakt geen huiswerk omdat hij geen tijd heeft.