vtt

maar 3:

Zoek de zinsdelen bij elkaar.

 
De les is niet moeilijk, maar ...
Ik ga niet naar buiten, maar ...
Hij heeft geen tijd, maar ...
Ik eet veel, maar ...
Ik wil televisie kijken, maar ...
Zij gaat altijd naar school, maar ...
Zij werkt hard, maar ...
Ik wacht op de bus, maar ...

 

 

Ik wil kijken,

maar de t.v. is kapot.