vtt

Vul de goede vorm van HEBBEN of ZIJN in.

Weet je niet welke vorm je moet kiezen ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

1. hebben: jullie morgen vakantie?
2. zijn: Mijn moeder 66 jaar oud.
3. zijn: je nog steeds boos?
4. hebben: Ze allebei een auto.
5. zijn:  "Wij niet bang voor de meester", zeggen de kinderen.
6. hebben:  U gisteren geen t.v. gekeken?
7. zijn:  "Ik verschrikkelijk moe!" zegt de man.
8. hebben: "Je 3 fouten gemaakt." zegt de leraar.
9. hebben: Hij alweer een nieuwe baan.
10. zijn:  Waarom schildpadden zo langzaam?
11. hebben: Ik me vergist.
12. zijn:  "Jullie vervelend!" zegt moeder tegen haar kinderen.
13. hebben: je een ogenblikje? Ik ben even bezig.
14. hebben: Mijn buurvrouw een hekel aan mij.
15. zijn: U na mij, mevrouw!