
De docent is boos,
omdat niemand het huiswerk gemaakt ......
Ik ga vandaag niet naar school,
omdat ik een beetje ziek ......
De dieven ....... klaar.
Ze rennen snel naar hun auto en rijden weg.
....... je klaar met de oefening?
Niemand in de straat ...... de dief gezien.
Waarom ...... je je huiswerk niet gemaakt?
Hij moet terug naar huis, want hij ...... zijn geld vergeten.
...... jullie het huiswerk gemaakt?
"...... u een paspoort of een rijbewijs?" vraagt de politieagent.
Mijn dochtertje ...... vandaag jarig.
Ze wordt 9 jaar.