vtt

Vul de goede vorm van HEBBEN of ZIJN in.

Weet je niet welke vorm je moet kiezen ? Druk dan op het vraagteken.
Ben je klaar? Druk dan op de knop "controleren".

Wil je hulp? Druk dan op de knop "hulp".
Je krijgt dan een extra letter.

1. zijn: Eh, sorry meneer, u na mij!
2. hebben: De dokter een nieuwe praktijk.
3. hebben:  je al suiker in je koffie?
4. zijn: " jullie nou helemaal gek geworden?" vraagt moeder boos.
5. hebben: Ik sinds kort een nieuwe baan.
6. zijn:   deze stoelen nog vrij?
7. hebben: Zijn zus  een nieuwe vriend.
8. hebben:  De leraar zegt: "Niet slecht, maar je hebt nog twee fouten."
9. zijn:  Hallo, ik Ed. Ik ben de nieuwe leraar.
10. hebben: u misschien een kwartje voor me?
11. zijn:  We de hele dag niet thuis.
12. hebben: De meeste mensen tegenwoordig telefoon.
13. zijn:   Wat is er? je verdrietig?
14. zijn: Mijn buurman op vakantie.
15. hebben: jullie al een kaartje voor het concert?