 |
Vul de
goede
vorm van
HEBBEN
of
ZIJN
in.
...... jullie je huiswerk al klaar?
- heb
- heeft
- hebben
Zijn broer ...... 32 jaar.
- bent
- is
- zijn
Je ...... toch niet ziek, hé?
- ben
- bent
- is
Ze ...... allebei werk.
- heb
- heeft
- hebben
"Wij ...... niet bang voor de politie" zeggen de dieven.
- ben
- is
- zijn
...... u gisteren bezoek gehad?
- Heb
- Hebt
- Heeft
"...... ik aan de beurt?" vraagt de vrouw.
- Ben
- Is
- Zijn
Nee, je ...... helemaal geen gelijk, idioot!
- heb
- hebt
- heeft
- hebben
Hij ...... een nieuwe auto.
- heb
- hebt
- heeft
- hebben
Waarom ...... deze dieren gevaarlijk?
- ben
- bent
- is
- zijn
Ik ...... geen cola meer. Wil je iets anders drinken?
- heb
- hebt
- heeft
- hebben
"Jullie ...... vervelend!" zegt de vader tegen zijn zoons.
- ben
- bent
- is
- zijn