HEBBEN            niveau A1 & A2


vtt







Ik heb 2 kinderen.

Jij hebt ....        Heb jij .... ?
U heeft ....
Hij heeft ....
Zij heeft .....
Julle hebben ....
Zij (2) hebben ....
Wij hebben ....


Let op!

Jij hebt  2 kinderen.

Maar bij een vraag:

Heb jij kinderen ?